In mijn ademsessies werk ik met een actieve ademfase van ongeveer 30 tot 40 minuten. In dit deel wordt de adefm verdiept en komt het lichaam in beweging. Wat voor mij minstens zo belangrijk is, is wat daarna volgt: de rustfase.
Na de actieve ademfase neem ik altijd 15 tot 20 minuten voor integratie. Dit is geen afronding of pauze, maar een essentieel onderdeel van de sessie. Tijdens de actieve fase wordt het zenuwstelsel geactiveerd en kunnen spanning en opgeslagen reacties loskomen. De rustfase geeft het lichaam de ruimte om deze prikkels te verwerken en weer tot balans te komen.
Vanuit de wetenschap weten we dat na verhoogde activatie het parasympathische zenuwstelsel wordt aangesproken. Dit deel van het zenuwstelsel is verantwoordelijk voor herstel en ontspanning. In deze fase daalt de hartslag, wordt de adem rustiger en kan het lichaam de ervaring integreren. Ook op neurologisch niveau speelt rust een belangrijke rol: juist in deze momenten worden ervaringen verwerkt en verankerd.
Op het einde in de rustfase laat ik de adem zoveel mogelijk vanzelf ontstaan, zonder techniek of bewuste sturing. Het lichaam mag volgen wat nodig is, waardoor het zenuwstelsel verder kan zakken en de sessie op een natuurlijke manier kan doorwerken. Veel mensen ervaren juist hier diepe ontspanning of een helder gevoel in het lichaam.
De muziek pas ik in deze fase bewust aan. Waar deze tijdens de actieve ademfase ondersteunend en ritmisch kan zijn, wordt de muziek in de rustfase rustiger en minder aanwezig. Dit helpt om extra prikkels te verminderen en ondersteunt het integratieproces.
Voor mij is ademwerk niet alleen de intensiteit van de ademhaling, maar juist ook de aandacht voor wat daarna gebeurt. De rustfase is geen bijzaak, maar een vast onderdeel van hoe ik werk, zodat de sessie op een veilige en duurzame manier afgerond kan worden.